Nieuwe antistollingsmedicijnen

Sinds een aantal jaren zijn nieuwe antistollingsmiddelen beschikbaar. Het betreft de middelen dabigatran (Pradaxa®), rivaroxaban (Xarelto®), apixaban (Eliquis®) en edoxaban (Lixiana®). Deze werden in het begin NOACs (new oral anticoagulants) genoemd omdat het nieuwe middelen betrof. Omdat ze inmiddels niet meer zo nieuw zijn wordt ook de term DOACs (direct oral anticoagulants) gebruikt omdat het direct werkende middelen zijn. Vaak worden beide termen door elkaar gebruikt om deze antistollingsmiddelen te benoemen. In het onderstaande worden deze nieuwe middelen toegelicht.

Indicaties voor de nieuwe antistollingsmedicijnen

Er zijn diverse indicaties waar de nieuwe antistollingsmiddelen in Nederland voor zijn geregistreerd:
-preventie van veneuze trombose na een heup- of knie vervangende operatie (dabigatran, rivaroxaban, apixaban)
-preventie van een cerebrovasculair accident (CVA, beroerte) en een systemische embolie bij volwassenen met atriumfibrilleren met tenminste één bijkomende risicofactor (dabigatran, rivaroxaban, apixaban, edoxaban)
-behandeling van diepveneuze trombose (DVT) en longembolie (PE) en preventie van recidiverende DVT en PE bij volwassenen (dabigatran, rivaroxaban, apixaban, edoxaban)
-preventie van atherotrombotische complicaties bij volwassenen na acuut coronair syndroom met verhoogde cardiale biomarkers, in combinatie met acetylsalicylzuur met of zonder clopidogrel
Werkingsmechanisme
De nieuwe antistollingsmiddelen werken op een andere manier dan de vitamine K antagonisten (VKA) fenprocoumon, acenocoumarol en warfarine.  De VKA werken doordat zij de aanmaak van de stollingsfactoren II, VII, IX en X remmen. De nieuwe antistollingsmiddelen inactiveren direct de betreffende stollingsfactoren factor Xa (apixaban, edoxaban, rivaroxaban) of IIa (dabigatran). Zij werken dus direct en na stoppen van de inname zijn zij ook weer snel uitgewerkt.

Werkingsmechanisme

De nieuwe antistollingsmiddelen werken op een andere manier dan de vitamine K antagonisten (VKA) fenprocoumon, acenocoumarol en warfarine. De VKA werken doordat zij de aanmaak van de stollingsfactoren II, VII, IX en X remmen. De nieuwe antistollingsmiddelen inactiveren direct de betreffende stollingsfactoren factor Xa (apixaban, edoxaban, rivaroxaban) of IIa (dabigatran). Zij werken dus direct en na stoppen van de inname zijn zij ook weer snel uitgewerkt.

Effectiviteit en veiligheid

Er is voor de verschillende indicaties waarvoor de nieuwe antistollingsmiddelen zijn geregistreerd uitgebreid wetenschappelijk onderzoek gedaan dat in de medische literatuur is gepubliceerd.
Hierbij is gebleken dat de nieuwe middelen tenminste net zo effectief zijn als de VKA.
Ook met betrekking tot de veiligheid, met name het optreden van bloedingen, is uitgebreid onderzoek gedaan. Afhankelijk van het betreffende antistollingsmiddel, de specifieke patiëntengroep die werd onderzocht en de indicatie voor de antistollingsbehandeling werden verschillende uitkomsten verkregen. De algehele conclusie is dat de nieuwe antistollingsmiddelen tenminste net zo veilig zijn als de VKA. Met name hersenbloedingen worden bij gebruik van de nieuwe middelen minder gezien dan bij gebruik van de VKA. Of er bij gebruik van de nieuwe middelen meer of minder maag- en darmbloedingen optreden is niet helemaal zeker.
Er werd bij de verschillende onderzoeken geen verschil gevonden in het risico van overlijden in vergelijking met mensen die met VKA werden behandeld.

Voordelen

De nieuwe antistollingsmiddelen hebben het voordeel dat er geen invloed is van het dieet en minder invloed van het gebruik van andere medicijnen. Er zijn overigens toch nog wel enkele andere medicijnen die de antistolling  met de nieuwe middelen beïnvloeden, maar de invloed ervan is minder dan nu met acenocoumarol of fenprocoumon.
Bij gebruik van de nieuwe antistollingsmiddelen is het niet nodig de antistolling te controleren. Een bezoek aan de trombosedienst is dan ook niet meer nodig.

Nadelen

Nierfunctie
De nieuwe antistollingsmiddelen worden via de nieren uitgescheiden. Dat betekent dat de nierfunctie wel regelmatig, bijvoorbeeld eenmaal per jaar moet worden gecontroleerd. Bij verminderde nierfunctie kan het nodig zijn de dosering aan te passen of kunnen de nieuwe antistollingsmiddelen helemaal niet worden gebruikt.

Zwangerschap
Bij zwangerschap of zwangerschapswens kunnen de nieuwe antistollingsmiddelen niet worden gebruikt. Neem daarom bij zwangerschapswens contact op met uw specialist of huisarts over het beste beleid.

Bloedingen en operatieve ingrepen
Het antistollingseffect van de VKA kan met vitamine K of met een infuus met stollingsfactoren (4-factorenconcentraat) te niet worden gedaan. Dit kan gebruikt worden bij operaties, invasieve onderzoeken en bij bloedingscomplicaties.
Omdat de nieuwe antistollingsmiddelen sneller uitgewerkt zijn kunnen vrijwel alle operaties en invasieve onderzoeken doorgaan nadat het middel één of enkele dagen is gestopt. Er na kan weer snel gestart worden met inname.
Bij spoedoperaties en bij (grote) bloedingen kan de behandeling moeilijker zijn. Voor dabigatran is inmiddels een zogenaamd antidotum beschikbaar (Praxbind). Voor de andere nieuwe antistollingsmiddelen is zo’n antidotum nog niet beschikbaar, er wordt wel aan gewerkt. In de dagelijks praktijk levert dit gelukkig niet vaak echt problemen op.

Conclusie

De nieuwe antistollingsmiddelen kunnen gezien worden als een volwaardig alternatief van de VKA. Beide groepen geneesmiddelen hebben bepaalde voor- en ook nadelen. Als iemand goed ingesteld is op een VKA zoals fenprocoumon of acenocoumarol dan is het niet nodig om over te gaan op een nieuw middel. Meer en meer wordt bij patiënten die starten met een antistollingsbehandeling een nieuw antistollingsmiddel voorgeschreven.
Ik wil over op het nieuwe medicijn, hoe gaat dat in zijn werk
Mocht u over willen gaan op het nieuwe antistollingsmedicijn, dan moet u zich wenden tot de specialist die u antistolling heeft voorgeschreven en/of vindt dat u er mee door moet gaan.
Hij/zij kan bepalen of u ervoor in aanmerking komt.
De trombosedienst houdt zich alleen bezig met de “oude” antistollingsmiddelen zoals fenprocoumon of acenocoumarol. De nieuwe antistollingsmiddelen vallen buiten haar aandachtsgebied.

Ik wil over op het nieuwe medicijn, hoe gaat dat in zijn werk

Mocht u over willen gaan op het nieuwe antistollingsmedicijn, dan moet u zich wenden tot de specialist die u antistolling heeft voorgeschreven en/of vindt dat u er mee door moet gaan.
Hij/zij kan bepalen of u ervoor in aanmerking komt.
De trombosedienst houdt zich alleen bezig met de “oude” antistollingsmiddelen zoals fenprocoumon of acenocoumarol. De nieuwe antistollingsmiddelen vallen buiten haar aandachtsgebied.